Wat zijn de namen van jouw kind?

Elk kind heeft recht heeft op een goede naam. Binnen de islam wordt dit zelfs beschouwd als een geboorterecht. Maar waarom is naamgeving eigenlijk zo belangrijk? Daarvoor moeten we het eerst hebben over onze identiteit.

Met een naam spreek je als ouder een verwachting uit, een wens als het ware. Met een naam beschrijf je wie je hoopt dat jouw kind zal zijn, wie je hoopt dat jouw kind zal worden. Met een naam geef je jouw kind een identiteit waarmee het zichzelf de rest van zijn leven zal beschrijven. Telkens zal zijn of haar naam klinken wanneer iemand hem of haar vraagt: “Wie ben jij?” Natuurlijk is een persoon veel meer dan de naam die hij draagt, maar deze naam draagt hij wel constant met zich mee. Als deel van zijn identiteit.

Toch is het belangrijk om te beseffen dat kinderen niet alleen bij hun geboorte een naam krijgen van hun ouders. Meestal zijn deze namen ook mooi en goed van betekenis, zoals het hoort. Meer problematisch zijn de namen die kinderen krijgen zonder dat daar goed over is nagedacht. De namen die gegeven worden op momenten van boosheid en frustratie: scheldnamen. De namen die de meeste mensen niet als namen beschouwen maar eigenlijk toch wel namen zijn: beschrijvingen. En de namen die misschien wel handig lijken maar ook heel gevaarlijk kunnen zijn: etiketten. Want telkens wanneer we zeggen dat iemand iets is, of het nu een kind is of een volwassene, zijn we die persoon aan het identificeren met die eigenschap. We zeggen als het ware dat die persoon deze eigenschap met zich meedraagt zoals een naam, vanaf zijn geboorte tot aan zijn dood. We zeggen dat deze eigenschap bij deze persoon hoort, als iets waarvan hij zich niet losmaken kan.

We weten allemaal dat het belangrijk is om een onderscheid te maken tussen een persoon en zijn daden, of nog beter, tussen een persoon en zijn slechte daden. Toch gebeurt het vaak dat we personen identificeren met hun daden. Zo zeggen we niet dat een kind gelogen heeft, neen, we zeggen dat een kind een leugenaar is. We zeggen niet dat een persoon gestolen heeft, neen, we zeggen dat hij een dief is. In plaats van te zeggen dat een leerling iets stout heeft gedaan, zeggen we dat die leerling gewoon stout is. Misschien lijkt het belachelijk om zoveel aandacht te geven aan het juiste woordgebruik: wat maakt het nou uit of we zeggen dat iemand iets heeft gedaan of dat iemand iets is? Wel, eigenlijk heel erg veel. Want als een kind vaker dan eens hoort dat hij bijvoorbeeld stout is, of bang is, of gewoon lui is, dan wordt het op een gegeven moment moeilijk voor hem om dat zelf niet te geloven.

Woorden zijn niet slechts woorden, woorden zijn enorm krachtig. Woorden kunnen een wereld creëren in het hoofd van jouw kind, een wereld die oorspronkelijk niet eens bestond. Dus wanneer we een kind beschrijven, ontstaat er in het hoofd van dat kind een beeld van zichzelf op basis van die beschrijving. Of het nu gaat over woorden die je uitspreekt over jouw kind of tegen jouw kind, die woorden (hoe onjuist ze ook mogen zijn) scheppen een beeld over zichzelf. Noem het: zelfbeeld. En zo worden de woorden die we zeggen tegen en over onze kinderen hun eigen innerlijke stem. De stem die jij ooit was, wordt de stem waarmee zij tegen zichzelf praten (zoals “stel je toch niet aan” of “altijd hetzelfde met jou”).

Soms staan we niet eens echt stil bij de woorden die we zeggen[1], terwijl deze woorden een kind kunnen achtervolgen voor de rest van zijn leven. Goede woorden kunnen ervoor zorgen dat een kind zelfs op latere leeftijd, misschien volledig onbewust van de oorsprong, op moeilijke momenten kracht kan putten daaruit. Terwijl slechte woorden iemand kunnen breken, niet slechts op het moment dat deze woorden zijn uitgesproken maar een heel leven lang. Daarom adviseer ik ouders altijd om heel goed na te denken over wat ze tegen hun kinderen zeggen en hoe ze hun kinderen beschrijven, ook al is het slechts als grapje bedoeld. Want vaak onthouden kinderen bepaalde woorden als kwetsend en pijnlijk voor de rest van hun leven, terwijl de meeste ouders deze woorden niet eens in hun kortetermijngeheugen hebben opgeslagen.

Drie gouden tips in verband met dit thema:

  1. Sta eens stil bij de namen die je aan jouzelf geeft. Misschien noem je jezelf gemakkelijk bij eigenschappen die jou helemaal niet hoeven te identificeren. Misschien zeg je van jezelf dat je lui bent, of noem je jouzelf weleens een loser, misschien heb je de gewoonte om jezelf uit te schelden na een begane vergissing. Je kan dan nog zo voorzichtig zijn met de manier waarop je jouw kind aanspreekt, je blijft een voorbeeld voor jouw kind in hoe het (later) tegen zichzelf zal spreken.
  2. Probeer te vermijden om jouw kind te identificeren met negatieve eigenschappen. Etiketten krijg je er namelijk niet zomaar terug van af. Zelfs als je het probeert, blijft er meestal toch nog wat lijm plakken. Weet ook dat voor elke negatieve beschrijving vaak een alternatieve beschrijving is die je zou kunnen gebruiken. In plaats van een koppig kind heb je misschien een standvastig kind; een kind dat onbeleefd lijkt, is misschien gewoon heel assertief; en misschien is jouw kind niet zozeer hyperactief (ook al gebruiken we dat woord heel graag) maar gewoon levendig.
  3. Uiteraard gedragen kinderen zich nu en dan op manieren die heel erg vervelend kunnen zijn. Vervelende gedragingen hoeven echter niet slecht bedoeld te zijn. Het kan helpen om op zoek te gaan naar de positieve intenties achter het gedrag. Want echt waar, bijna altijd bedoelen kinderen het gewoon echt goed. Door aandacht te hebben voor deze goede bedoelingen kan je die centraal stellen in plaats van het vervelende gedrag. Zo erken je het kind in zijn intenties en tegelijkertijd laat dit toe om samen te zoeken naar nieuwe manieren om het de volgende keer beter te doen.

©SAABIQOO

[1] De Profeet ﷺ zei: “Een dienaar kan een woord uitspreken dat Allaah behaagt zonder er veel belang aan te hechten, en daarom zal Allaah hem tot graden (van beloning) verheffen: een dienaar kan een woord (onzorgvuldig) uiten dat Allaah onbehaagt zonder aan de ernst ervan te denken en daarom zal hij in het Hellevuur worden gegooid.” (Sahih Al-Bukhaari)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Shopping Cart